Cultureel Immaterieel Erfgoed schaapsherder Jos DuurlandDe schaapherder met traditionele landschaaprassen is sinds vrijdag 16 december Immaterieel Cultureel Erfgoed. Daarmee krijgt Jos Duurland, Schaapsherder van Stichting Schaapskudde Hof van Twente is, erkenning voor zijn inspanningen om met zijn collega-herders het vak van schaapherder te beschermen en een toekomst te geven.

certificaat erfgoed  Het certificaat werd vrijdag 16 december uitgereikt door de voorzitter van de Toetsingscommissie Frans Schouten. De aanwezigheid van Tweede Kamerlid Lutz Jacobi, die veel heeft gedaan voor de traditionele schaapherders, maakte de uitreiking extra feestelijk.

Het Gilde van Traditionele Schaapherders deed de succesvolle aanvraag voor al haar leden. Traditionele schaapherders werken met oude Nederlandse rassen die van oudsher geschikt zijn voor begrazing in ons land: het Drents Heideschaap, het Groot Heideschaap, de Schoonebeeker, het Veluws en Kempisch Heideschaap en het Mergellandschaap. De herder zorgt jaarrond voor een complete kudde en trekt in het groeiseizoen rond over de heide en graslanden waardoor hij een belangrijke bijdrage levert aan het in stand houden van de biodiversiteit en cultuurhistorie als levend erfgoed.

Het vak van herder kent een lange geschiedenis. Deze herders waren al in vroeger dagen al belangrijke dragers van wat heden te dage Traditionele Ecologische Kennis heet. Zij kenden het landschap waarin ze leefden en werkten op hun duimpje. Ze wisten wanneer en waar ze moesten zijn om hun kudde in optimale conditie te houden. En dat op een zodanige wijze dat het dynamische evenwicht niet verstoord werd, zodat ze jaar in, jaar uit van hetzelfde landschap gebruik konden maken. Voor zover nodig was het gebruik van de “gemene gronden” (gemeijnten, marken etc.) gereguleerd door de gemeenschap, namens welke zij werkten. Door deze traditionele praktijken zijn op onze zandgronden de heidelandschappen ontstaan, waarvan we de restanten tegenwoordig als kostbare parels koesteren (dit zijn vaak Natura-2000-gebieden).

Soms wordt het verdwijnen van de boslandschappen die hier na de ijstijden spontaan ontstonden beschreven in termen van een ecologische ramp. Maar je kunt ook bewondering hebben voor de wijze waarop bewoners en hele dorpsgemeenschappen, al dan niet in wisselwerking met grootgrondbezitters, een dynamisch evenwicht wisten aan te brengen in het hun omringende landschap. In een lange-termijn-perspectief slaagden ze er wonderwel in om een gestadig toenemende bevolking te voeden. En tegelijkertijd wisten ze op de heidevelden (hun graasgebieden), maar ook in beekdalen en op de relatief kleine akkers een verbazingwekkende biodiversiteit tot ontwikkeling te brengen. Traditionele herders en heideboeren beheerden een duurzaam, veerkrachtig en productief ecosysteem. Het staat inmiddels wel vast dat de gevarieerde gebieden van de historische “heidelandbouw” meer soorten planten en dieren herbergden dan het relatief soortenarme eiken- en berkenwoud dat na de ijstijden grote delen van het zandlandschap bedekte.

Plaatsing op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland is een erkenning van de inspanningen van een gemeenschap om zijn traditie toekomstbestendig te maken. Immaterieel erfgoed is altijd levend erfgoed dat een rol van betekenis heeft in het leven van een groep mensen. Die groep mensen heeft de traditie van vorige generaties overgenomen en zet zich actief in om deze traditie zelf ook weer door te geven naar nieuwe generaties. Beschermen is bij immaterieel erfgoed niet het behouden zoals het was, maar met behoud van kernwaarden op een dynamische manier toekomst geven aan levend erfgoed. De dragers van die tradities spelen de centrale rol in het levend houden en doorgeven van hun traditie naar volgende generaties.